Weten

Waarom wilskracht wordt overschat

temptation, marshmellowMensen die veel zelfbeheersing tonen, eenvoudig verleidingen kunnen weerstaan, hebben het gemakkelijk. Maar waarom is dat? Lang dachten we dat deze mensen goed zijn in het beheersen van hun impulsen. Ze hebben veel wilskracht en weten hoe ze dat moeten gebruiken. Mensen die minder goed zijn in het weerstaan ​​van verleidingen, hebben kennelijk onvoldoende wilskracht of gebruiken deze onvoldoende, een idee dat cultureel en moreel diep geworteld is, het begon al bij Adam en Eva. Ook de huidige zelfhulp-literatuur is ervan doortrokken.

Maar de gedachte, dat mensen die veel zelfbeheersing hebben omdat ze over veel wilskracht beschikken, lijkt steeds meer een mythe te zijn. Het blijkt dat zelfbeheersing, en alle voordelen ervan, mogelijk helemaal niets te maken hebben met weerstaan van impulsen. En als we het idee van wilskracht eenmaal terzijde schuiven, kunnen we beter begrijpen wat wel werkt om doelen te bereiken en om goede voornemens vol te houden.

Waarom de wilskrachtmythe wankelt

Er zijn verschillende manieren om na te gaan in hoeverre iemand over zelfbeheersing beschikt. De eerste is de zelfbeheersingsschaal. Hierbij wordt deelnemers gevraagd om te reageren op stellingen als: ‘Ik kan verleidingen goed weerstaan’ en ‘Ik bewaar geen geheimen’ (Zie de hele vragenlijst hier). Deze test lijkt een goede voorspeller te zijn toekomstig succes. Mensen die hoog scoren op deze schaal hebben betere relaties, kunnen beter afzien van (vr)eetbuien en overmatig drugs- en drankgebruik, doen het beter op school en zijn over het algemeen gelukkiger, zo bleek uit een meta-analyse uit 2012. Zelfbeheersing is ook in de praktijk te toetsen door te kijken naar daadwerkelijk gedrag. In een klassiek onderzoek naar zelfcontrole daagde psycholoog Roy Baumeister deelnemers uit weerstand bieden aan de geur van versgebakken koekjes.

“Zelfbeheersing is niet per se de sleutel tot een geslaagd bestaan”

Maar zijn mensen van wie in een vragenlijst blijkt dat ze goed zijn in zelfbeheersing in de praktijk ook goed in het tonen van wilskracht? Om deze vraag te beantwoorden worden tests ingezet die een intern conflict creëren die met wilskracht moet worden overwonnen. Voorbeeld daarvan is de Stroop-taak. Deelnemers krijgen de opdracht om zo snel mogelijk de kleuren te benoemen die ze zien, maar de woorden (die vaak een andere kleur benoemen) te negeren. Moeilijk en frusterend. Je moet de nodige zelfbeheersing gebruiken om de hersenen dit conflict te laten oplossen en tot het juiste antwoord te komen.

test, zelfdiscipline
Stroop-taak      

Je zou veronderstellen dat mensen die zeggen dat ze goed zijn in zelfbeheersing en -discipline uitblinken in deze taken, taken die veel terughoudendheid vereisen. Maar dat bleek niet het geval. Ze scoorden niet veel beter dan degenen die niet sterk waren zelfbeheersing. Nu zou het kunnen zijn dat zelfbeheersing in de Stroop-taak niet hetzelfde is als het bieden van weerstand aan de geur van versgebakken koekjes. Misschien is het begrip ‘zelfbeheersing’ te onduidelijk en te breed gedefinieerd. Of misschien zijn de tests onvoldoende fijnzinnig en betrouwbaar en laten ze te weinig relevante individuele verschillen zien.

Wilskracht werkt niet

Andere onderzoeken maken de zaak van de wilskracht-hypothese er niet sterker op. In andere studies in Duitsland en Canada werd mensen gevraagd om op willekeurige momenten vragen te beantwoorden over verleidingen en zelfbeheersing. Daaruit bleek de mensen die de beste waren in zelfbeheersing ook minder aan verleidingen zeiden bloot te staan. Beter gezegd: de mensen die van zichzelf zeiden dat ze uitblonken in zelfbeheersing, gebruikten deze nauwelijks.

Als weerstand bieden aan verleiding een deugd is, zou meer weerstand moeten leiden tot grotere prestaties. Hoe meer zelfbeheersing, hoe meer succesvol in het bereiken van doelen, toch? Dat blijkt niet uit onderzoek. Het zijn degenen die over het algemeen minder met verleidingen worden geconfronteerd die succesvoller zijn. Bovendien: hoe meer worsteling met verleidingen, hoe vermoeiender. Niet alleen bereiken zij hun doelen niet, ze raken ook uitgeput door de pogingen tot zelfbeheersing.

Enkele lessen die we kunnen trekken van mensen die goed zijn in zelfbeheersing:

    1. Mensen die beter in staat zijn zichzelf te beheersen, genieten van dingen waar anderen moeite mee hebben – zoals gezond eten, studeren of sporten. Het is dus voor hen geen opdracht voor hen om zich hiermee bezig te houden, ze vinden het leuk, zinvol. Iets ‘willen’ is gemakkelijker dan iets ‘moeten’. Zinvolle doelen leiden tot ervaringen met minder verleidingen. En een activiteit die je leuk vindt, is te gemakkelijker te herhalen dan een activiteit die je verafschuwt.
    2. Mensen die goed zijn in zelfcontrole hebben zichzelf betere gewoonten aangeleerd. Zij lijken hun leven zo te structureren dat ze voorkomen dat ze beslissingen moeten nemen op een beroep doen op hun zelfbeheersing. Het dagelijks uitvoeren van een activiteit, zoals rennen of mediteren, op hetzelfde tijdstip maakt het gemakkelijker doelen te bereiken – niet vanwege wilskracht, maar omdat de routine het gemakkelijker maakt. Op dezelfde manier kun je, als je het moeilijk vindt om ‘s morgens je bed uit te komen, de wekker ver van het bed te zetten. Ook dan hoef je niet op wilskracht te varen, maar wordt het een actie. Deze gedacht verwijst naar een van de klassieke onderzoeken naar zelfbeheersing: de marshmallow-test van Walter Mischel. Bij deze tests kregen kinderen te horen dat ze een marshmallow die voor hen stond direct op konden eten, maar dat ze twee zouden ontvangen als ze deze niet onmiddellijk zouden opeten. De kinderen die erin slaagden de verleiding te weerstaan bleken later hoger te scoren op andere tests op het gebied van leervermogen. Maar de kinderen die het best op de Mischel-test scoorden, waren niet per se intrinsiek beter in het weerstaan ​​van verleidingen. Wellicht gebruikten zij een betere strategie. Mischel constateerde dat deze kinderen manieren vonden om de confrontatie met de verleiding vermeden. Zij dachten aan andere dingen of stelden zich actief voor dat het niet iets lekkers was wat voor hun neus lag, ze maakten de afstand tussen de verleiding en zichzelf groter.
    3. Sommige mensen ervaren minder verleidingen. Onze genen bepalen mede onze persoonlijkheid. Sommige mensen zijn hongeriger dan anderen. Sommige mensen houden wel van gokken of winkelen, andere niet. Mensen die heel nauwgezet zijn, een kenmerk met een genetische basis, zijn meestal gezond en punctueel. Als het gaat om zelfbeheersing, wonnen ze de genetische loterij.
    4. Het is gemakkelijker om zelfbeheersing te hebben als je rijk bent. Wanneer de marshmallow-test van Mischel wordt toegepast op armere kinderen, is er een duidelijke trend waarneembaar: ze presteren slechter en lijken minder in staat om weerstand te kunnen bieden aan de lekkernij die voor hen ligt. Daar is een goede reden voor. Mensen die in armoede opgroeien zullen eerder geneigd zijn zich te richten op directe beloningen op de korte termijn omdat, omdat de toekomst minder zeker is.

verleiding, zelfbeheersing

Waarom de mythe van wilskracht zo verontrustend is

Zoals iedereen die al eens worstelde met een dieet weet, werkt wilskracht op de lange termijn niet. Je niet kunnen beheersen wordt vaak vaak verward met moreel falen. We geven de schuld aan onze falende wilskracht als we weer gewicht toenemen, ook al zijn genetica en onze calorierijke omgevingen ook in het spel. We geven verslaafden zelf de schuld als ze hun drang niet kunnen bedwingen, ook al heeft hun verslaving een biologische greep op hun hersenen.

De suggestie dat dat wilskracht een eindige, essentiële hulpbron is wordt meer en meer verlaten. In een specifieke situatie kun je zeker wilskracht verzamelen om te voorkomen dat je terugvalt tot een slechte gewoonte. Maar een beroep op enkel wilskracht om doelen te bereiken is bijna alsof je in een auto afhankelijk bent van de noodrem. Het is verstandiger om je te richten op datgene wat helpt om een doel te bereiken, dan op het verwijderen van blokkades die het bereiken van dat doel in de weg staan. Bovendien zal de menselijke noodrem die wilskracht heet in sommige gevallen onvermijdelijk falen, waardoor je crasht. De focus op tekortschieten in wilskracht leidt tot schaamte, zowel publiek als privé, en belemmert onze verbeeldingskracht in het vinden van oplossingen die wél werken.

“Vertrouwen op wilskracht is een recept voor mislukking”

Onbeperkt Tijdschriften lezen

Nieuwsbrief ontvangen?

Blijf op de hoogte van de laatste Upside berichten.


Advertentie

  • Cadeauwinkel