Weten

Een lagere hypotheekrente a.u.b.

huis, hypotheekrenteOp het moment dat de rentestand historisch laag is, groeit het aantal speculaties over rentestijging. Dit lage-rente-tijdperk kan inderdaad niet eeuwig blijven duren. En inderdaad: in navolging van de stijging van kapitaalmarktrentes zullen geldverstrekkers ook de hypotheekrente verhogen, zij het met nog kleine stapjes. Hoe dan ook, wie als huiseigenaar van de huidige, lage hypotheekrentes wil profiteren, heeft diverse opties. Vier klassieke en welbekende mogelijkheden om een lagere hypotheekrente te krijgen zijn: oversluiten bij de eigen bank, rentemiddeling, oversluiten bij een andere bank of verhuizen. Er zijn ook opties waar u wellicht niet meteen aan denkt.

1. Check de rente-opslagen

Als u een huis koopt is de hypotheek vaak bijna even hoog als de waarde van de woning – in Nederland is het immers gebruikelijk om een tophypotheek te nemen en relatief weinig eigen geld in te brengen. Omdat de bank zekerheid wil dat het geld terugkomt, betaalt u een risico-opslag bij de hypotheekrente die gekoppeld is aan de hoogte van de hypotheek in verhouding tot de woningwaarde. Hoe hoger de hypotheek, des te hoger de rente-opslag.

Als het huis in waarde stijgt, of als u aflost, daalt de verhouding tussen schuld en het onderpand. De opslag kan dan lager worden of vervallen. De exacte voorwaarden kunnen wel per bank verschillen en mogelijk moet u een tussentijdse taxatie laten doen om de bank te overtuigen.

Maar als u op basis van bijvoorbeeld recente verkoopprijzen van vergelijkbare huizen of de WOZ-waarde denkt dat u mogelijk in een lagere risicocategorie valt, is het bedingen van een lagere risico-opslag potentieel een interessante optie. Dit kan soms bijna 1 procentpunt rente per jaar schelen.

De risico-opslag is ook van belang als u bijvoorbeeld door tussentijds aflossen de hoogte van de hypotheek verlaagt ten opzichte van de woningwaarde.

2. Los af en leen weer terug

Op elke hypotheek kunt u elk jaar boetevrij een percentage aflossen. Bij veel banken is dit percentage 10%, bij sommige, zoals de Rabobank, zelfs 20%. Door direct voor en na 1 januari twee keer een boetevrije aflossing te doen, verlaag u uw hypotheek. Vervolgens leent u het geld weer terug. U heeft dan voor 20 of zelfs 40% van de hypotheek een aanzienlijk lagere rente.

In theorie zou u te maken kunnen krijgen met de bijleenregeling waardoor u een deel van de hypotheekrenteaftrek verliest. De overheid heeft in 2013 echter geregeld dat deze regeling niet geldt voor oversluiten, ook niet als u gedeeltelijk oversluit. De voorwaarde is wel dat u uiterlijk in het jaar nadat u de aflossing heeft gedaan het geld weer heeft geleend.

Een andere belangrijke voorwaarde is dat u minstens de omvang van u oude hypotheeklening (dus voor de extra aflossing) moet kunnen krijgen op het huidige inkomen. Ook moet u de aflossing als spaargeld beschikbaar hebben, omdat banken natuurlijk niet van harte meewerken aan een verlaging van hun inkomsten.

3. Leen en los af

Heeft u het spaargeld niet, of kunt u het niet missen, dan kunt u ook andersom te werk gaan: eerst bijlenen, daarna aflossen op de delen met een hoge hypotheekrente. In dat geval zal uw inkomen wel zo hoog moeten zijn dat u de extra hypotheek kunt dragen. Het betekent dat u aanzienlijk meer moet verdienen dan toen u het huis kocht. Ook heeft u overwaarde in uw huis nodig.

Laat u hoe dan ook goed adviseren door een goede hypotheekadviseur.

4. Neem afscheid van opbouwproducten

Veel huiseigenaren die voor 2013 een huis hebben gekocht, bouwen vermogen op met een bankspaar- of beleggingshypotheek. Omdat deze hypotheken fiscale voordelen bieden, zijn er voorwaarden. Tot vorig jaar moest u minstens 15 jaar opbouwen, voor u het geld kon gebruiken voor aflossing. Sinds april 2017 is dit veranderd. U kunt een dergelijke spaarpot nu altijd gebruiken om tussentijds af te lossen. Daardoor daalt de hypotheek en dus ook de te betalen rente.

De keerzijde is dat u de spaarpot die is bedoeld om aan het eind van de rit de gehele hypotheek af te lossen vervroegd aanspreekt. U moet dus wel bedenken wat dat betekent voor de restschuld aan het eind van de looptijd van de hypotheek. U kunt bij een financieel planner toetsen of dit een verstandige optie is en past bij uw situatie.

Bron: BI

Nieuwsbrief ontvangen?

Blijf op de hoogte van de laatste Upside berichten.


Advertentie