Weten

Talent of toevalstreffers

belonen, balansWaarom zijn niet alle slimme mensen rijk? Toeval blijkt een grote rol te spelen. De meest succesvolle mensen zijn niet automatisch ook de meest getalenteerde, maar hebben wel het meeste geluk gehad.

De verdeling van kapitaal en vermogen volgt het bekende patroon van de 80/20-regel: 80% van het vermogen is in handen van 20% van de bevolking. In 2017 concludeerde een rapport dat slechts acht mannen evenveel bezaten de armste helft – 3,6 miljard mensen – van de wereldbevolking.

Dit fenomeen lijkt in alle samenlevingen plaats te vinden, een machtswet die opduikt in een breed scala van sociale verschijnselen. Maar de verdeling van rijkdom is tegelijkertijd één van de meest controversiële, vanwege de problemen die het oproept over rechtvaardigheid en verdienste. Waarom zouden zo weinig mensen zoveel rijkdom moeten bezitten?

Meritocratie

Het gebruikelijke antwoord is dat we in een meritocratie leven waarin mensen worden beloond voor hun talent, intelligentie, inspanning, et cetera. Veel mensen menen dat dit zich vertaalt in de welvaartsverdeling die we nu kennen, hoewel een gezonde dosis geluk daarbij een rol kan spelen.

Maar er is een probleem met deze overtuiging: hoewel de verdeling van vermogen deze machtswet volgt, kent de verdeling van menselijke vaardigheden over het algemeen een normaalverdeling met een (geringe) standaardafwijking rond het gemiddelde. Intelligentie bijvoorbeeld, zoals gemeten door IQ-tests, volgt dit patroon. Het gemiddelde IQ is 100, maar niemand heeft een IQ van 1.000 of 10.000. Hetzelfde geldt voor de inspanning, gemeten naar het aantal gewerkte uren. Sommige mensen werken meer uren dan gemiddeld en sommigen werken minder, maar niemand werkt een miljard keer meer uren dan wie dan ook.

“Sommige mensen zijn groter of kleiner dan gemiddeld, maar niemand is zo groot als een mier of een wolkenkrabber”

En toch, als het gaat om de beloningen voor dit alles, ontvangen sommige mensen miljarden malen meer dan andere mensen. Bovendien hebben talrijke studies aangetoond dat de rijkste mensen over het algemeen niet ook de meest getalenteerde zijn.

Welke factoren zijn dan wel bepalend? Zou het kunnen dat toeval een grotere rol speelt dan we denken? En hoe kunnen geluksfactoren, welke dat ook zijn, worden gebruikt om tot een meer eerlijke en betere verdeling te komen?

Eye-opener

Een antwoord op deze vraag komt van Alessandro Pluchino van de universiteit van Catania (Italië). Zijn onderzoeksteam ontwikkelde een computermodel voor talent en de manier waarop mensen dit gebruiken om kansen in het leven te benutten. Daarmee kon de rol van toeval, gelukkig of ongelukkig, worden onderzocht.

De resultaten zijn niets minder dan een eye-opener. Hun simulaties reproduceren nauwkeurig de welvaartsverdeling in de ‘echte’ wereld. Daarbij komt echter naar voren dat de rijkste individuen niet per se de meest getalenteerde zijn (hoewel ze een bepaalde mate van talent moeten hebben), maar wel degenen die het meest geluk hebben gehad. En dit heeft belangrijke gevolgen voor de manier waarop samenlevingen het rendement op investeringen, van bedrijfsomgevingen tot onderwijs en wetenschap, kunnen optimaliseren.

“De verdeling van rijkdom is één van de meest controversiële, vanwege de problemen die het oproept over rechtvaardigheid en verdienste”

Model van Pluchino

Het model van Pluchino is eenvoudig: Het bestaat uit een groep mensen, elk met een bepaald talent (vaardigheid, intelligentie). Dit talent wordt normaal verdeeld rond een gemiddeld niveau, met een standaardafwijking. Sommige mensen zijn dus meer getalenteerd dan gemiddeld en andere minder, maar niemand is meer getalenteerd dan wie dan ook. Dit is dezelfde soort verdeling als die voor verschillende menselijke vaardigheden, of zelfs voor kenmerken zoals lengte of gewicht. Sommige mensen zijn groter of kleiner dan gemiddeld, maar niemand is zo groot als een mier of een wolkenkrabber.

Het computermodel bracht de toevallige gebeurtenissen van elk individu gedurende een 40-jarige carrière in kaart. In deze periode kennen deze personen momenten die ze kunnen benutten om hun kapitaal te vergroten, mits ze voldoende getalenteerd zijn. Ze ervaren echter ook pech, ongelukkige gebeurtenissen, waarbij ze vermogen verliezen. Deze momenten komen willekeurig voor.

Scheef door geluk

Aan het einde van de periode van 40 jaar werd iedereen op rijkdom gerangschikt. Vervolgens werden de kenmerken van meest succesvollen onderzocht. Ze berekenden ook de verdeling van het vermogen. Bij de rangschikking op basis van rijkdom, bleek de verdeling precies als die in de echte wereld. De ’80/20-regel (80% van de bevolking bezit 20% van het kapitaal) bleek robuust.

Dat is misschien niet verrassend of oneerlijk als de rijkste 20% ook de meest getalenteerde blijkt te zijn. Maar dat is niet het geval. Integendeel, maximaal succes valt niet samen met maximaal talent en omgekeerd, zo concludeerden de onderzoekers. Maar wat veroorzaakt dan de scheve verdeling? ‘Onze simulatie laat duidelijk zien dat dit de geluksfactor is’, zegt Pluchino.

Geluksfactor uitbuiten

Dit werd aangetoond door de rangschikking op basis van het aantal gelukkige en ongelukkige gebeurtenissen tijdens een 40-jarige loopbaan. De meest succesvolle individuen bleken ook de meest gelukstreffers mee te maken, en omgekeerd.

Dit heeft grote gevolgen voor de samenleving. Wat is de meest effectieve strategie om de rol die toeval speelt bij succes uit te buiten? Pluchino bestudeert dit vraagstuk vanuit het oogpunt van financiering van wetenschappelijk onderzoek. Financiers zijn vanzelfsprekend geïnteresseerd in het maximaliseren van hun rendement op investeringen in de wetenschap. Zo investeerde de Europese Onderzoeksraad onlangs $ 1,7 miljoen in een programma om serendipiteit, ofwel het fenomeen van toevallige ontdekkingen, te bestuderen. Het gaat daarbij om de vraag hoe de rol van gelukstreffers kan worden geëxploiteerd.

Pluchino gebruikt het simulatiemodel om te kijken welk financieringsmodel het beste rendement oplevert als er rekening wordt gehouden met de factor geluk. In het eerste model werd onderzoeksfinanciering gelijkelijk verdeeld onder alle wetenschappers; in het tweede model willekeurig verdeeld onder een kleine groep en in het derde onder degenen die eerder succesvol onderzoek hadden gedaan. De strategie die het beste rendement oplevert bleek de eerste te zijn, waarbij de financiering gelijkelijk werd verdeeld. Daarmee werd duidelijk dat succes in het verleden weinig zegt over succes in de toekomst. Iets vergelijkbaars kan gelden voor andersoortige investeringen, in bedrijven, in startups, in onderwijs.

Onbeperkt Tijdschriften lezen

Nieuwsbrief ontvangen?

Blijf op de hoogte van de laatste Upside berichten.


Advertentie

  • Cadeauwinkel