Weten

Ik herinner mij… niet

herinneringenOnze eerste jaren zijn enorm belangrijk voor onze ontwikkeling. In die tijd maken we kennis met licht, ruimte en kleur, met geuren, klanken en woorden, met alles waaruit ons leven zal bestaan. Van die vroegste jeugd herinneren we ons echter zo goed als niets. Een enkel flard, een paar kleuren, misschien een geur, dat is alles. Onze nieuwsgierigheid naar die jaren is zo groot dat het een eeuwig spel heeft opgeleverd: wat is je eerste jeugdherinnering?

K. Schippers schreef er een weemoedige en humoristische roman over, Eerste indrukken. Het gaat over een driejarig meisje dat zich alles herinnert. De hoofden boven de wieg, de eerste stappen, de keuze van het eerste woord. En natuurlijk de grote wedstrijd tussen de moeders, die hopen dat hun eigen zoon of dochter het kind van een ander in alles voor is. K. Schippers gaf een driejarige de stem van een volwassene.

Onbetrouwbare vertellers

Toch blijkt dat velen van ons onbetrouwbare vertellers zijn van ons eigen levensverhaal. Ongeveer 40 procent van ons heeft een fictieve eerste herinnering, volgens een studie van het Center for Memory and Law at City, University of London. Aan ruim 6.000 mensen werd gevraagd om hun eerste herinnering te beschrijven. Daaruit bleek dat een derde van de eerste herinneringen waarschijnlijk niet waar kon zijn, omdat ze betrekking hadden op de eerste twee jaar. Een verbazingwekkende 14 procent zei dat ze een gebeurtenis van voor hun eerste verjaardag hadden onthouden – sommigen beweerden zelfs dat ze zich hun geboorte herinnerden.

Autobiografische herinneringen zijn echter pas na de derde verjaardag mogelijk. Voordien zijn de hersenen van baby’s fysiologisch niet in staat om verhalende herinneringen te vormen en op te slaan, omdat de delen van de hersenen die bij deze taken zijn betrokken, nog onderontwikkeld zijn. Sommige wetenschappers geloven zelfs dat we ons enkel autobiografische gebeurtenissen kunnen herinneren vanaf de leeftijd van ongeveer vijf of zes jaar, en alles wat we ons nog herinneren van de periode daarvoor fragmentarisch.

Desondanks was een groot aantal van de ondervraagden ervan overtuigd dat ze zich levendig konden herinneren dat ze in hun kinderwagen zaten, dat ze werden verschoond, of zelfs het moment dat zij hun eerste stappen zetten. Hoe is dit mogelijk?

Echte fictie

Het lijkt waarschijnlijk dat we fictieve vroege herinneringen creëren door voort te bouwen op verhalen die we hebben gehoord en door foto’s die we hebben gezien. Martin Conway, leider van het onderzoek, gaf het voorbeeld van iemand die zijn kinderwagen in detail beschreef. Dit kan worden herleid naar het gegeven dat diegene wist dat zijn ouders een grote groene kinderwagen hadden en zich vervolgens daarvan een beeld vormt. In de loop van de tijd worden deze fragmenten een herinnering en vaak worden er vervolgens details aan toegevoegd, zoals bijvoorbeeld een bepaald speeltje.

The truth is rarely pure and never simple – Oscar Wilde

Fictieve herinneringen lijken net zo echt als herinneringen waarvan we een bewezen zekerheid hebben dat ze waar zijn. Hersenscans hebben aangetoond dat de neurale activiteit voor valse herinneringen bij volwassenen ongelooflijk veel lijkt op de activiteit van ‘echte’ geheugen in hetzelfde hersengebied. Dit betekent dat het twijfelachtig zou kunnen zijn of we überhaupt echte herinneringen hebben waar op vertrouwd kan worden, omdat tot op zekere hoogte al onze herinneringen reconstructies zijn.

Evolutionair doel

In plaats van een gebeurtenis opnieuw te beleven, reconstrueren we deze op basis van afbeeldingen in onze hersenen. Wat er in de hersenen lijkt te gebeuren, is dat wanneer deze representaties opnieuw worden geactiveerd, ze ‘vloeibaar’ worden en kunnen worden aangepast. Hiermee kan het beeld worden bijgewerkt en worden gekoppeld aan nieuwe, soortgelijke gebeurtenissen. Het betekent ook dat onze herinneringen in de loop van de tijd veranderen.

Of herinnering nu kloppen of niet, ze kunnen op zichzelf al een functie hebben. Zo kunnen positieve herinneringen aan de vroege jeugd de algehele vooruitzichten positiever doen lijken en ons beter bestand maken tegen de uitdagingen van het leven. Fictieve vroege herinneringen kunnen ook een evolutionair doel dienen, waardoor we in de toekomst betere beslissingen kunnen nemen. Als we kunnen putten uit soortgelijke, met anderen gedeelde gebeurtenissen uit het verleden, kunnen we een betere voorspelling doen over de toekomst. Geheugen stelt ons zo in staat om ons met elkaar te verbinden en kan zich gedragen als sociale lijm.

Op deze manier veranderen onze herinneringen in de loop van de tijd en worden ze bijgewerkt als we nieuwe kennis opnemen over hoe de wereld in elkaar steekt. Vermoedelijk zijn fictieve vroege herinneringen een bijproduct van dat bijwerkingsproces. We leren iets over onze eigen peutertijd, of de peutertijd in het algemeen, en verwarren die informatie op een later moment met een eigen anekdote, omdat het de kenmerken van een verhaal heeft.

Wat is waar?

Hoe kun je er nu achter komen of een herinnering fictief is? Daarvoor moeten we kijken naar de complexiteit van herinneringen. In veel gevallen zijn eerste herinneringen conceptueel te complex om waar te zijn. Als je een tweejarige zou vragen ​​wat ze 3 maanden geleden deed, kan ze onmogelijk vertellen dat ze toen met een bal in hun wieg speelde en dat haar moeder binnenkwam en begon te lachen. Dat duidt op verfraaiing.

Jon Simons, als neurowetenschapper verbonden aan de universiteit van Cambridge, meent dat autobiografische herinneringen afhankelijk zijn van taal. Taal stelt ons in staat een verhaal te vertellen en te begrijpen. De voorste prefrontale cortex vormt de sleutel om vast te stellen of een herinnering waar is of onwaar en dat er een oordeel wordt bepaald op basis van de kwaliteit van een geheugen. Hoe meer sensorische details, meer kans dat de herinnering echt is. ‘Het is meestal vrij betrouwbaar, maar er zijn ook ‘herinneringen’ die zijn gebaseerd op wat iemand je heeft verteld waar dat minder duidelijk is,’ zegt Simons. ‘Je kunt natuurlijk een foto zoeken of je ouders vragen of ze je ooit hebben verteld over die gebeurtenis, maar dat kan toch betekenen dat je geheugen is gebaseerd op een fragment dat je vervolgens hebt verfraaid.’

En dan is er de vraag of je zelfs zou willen weten of een geliefd moment onwaar is; sommige deelnemers aan deze studie waren woest toen werd gesuggereerd dat een waardevolle herinnering fictief was en sommigen weigerden eenvoudig om het te geloven.

K. Schippers, tenslotte, relativeerde zijn ontdekkingsreis door het land van eerste herinneringen: ‘Er valt niets concreets over die begintijd te zeggen. Want niemand weet er iets van. Hij bestempelde zijn roman in een interview met Ischa Meijer tot ‘pure fantasie, een plaisanterie.’

Trefwoord
Onbeperkt Tijdschriften lezen

Nieuwsbrief ontvangen?

Blijf op de hoogte van de laatste Upside berichten.


Advertentie

  • Cadeauwinkel